Twee gedichten. Ze komen recht in zijn hart aan.
Brengen hem terug naar zichzelf en de afgelopen drie jaar. Naar alles wat er is gebeurd, waar hij doorheen is gegaan, en waar hij uit is gekomen. Het lijkt een heel leven, soms ook maar heel even, geleden. Die eerste diagnose, kanker. De behandelingen die volgden. De ups en downs. Met uiteindelijk een stamceltransplantatie.
‘Hoe kan het in het oog van de orkaan volledig windstil zijn? Het regent er soms een beetje, maar vaak is het onbewolkt. De temperatuur is er mild. Het is vergelijkbaar met het kijken naar een draaiend fietswiel. Het midden van het wiel draait niet zo snel, maar hoe verder je naar de randen kijkt, hoe sneller het gaat. Hij herkent het. Dat oog. Die stilte. En ook die chaos.’
Het is een tussenruimte waar hij in heeft gezeten. Fysiek en mentaal. Zichtbaar op het moment dat hij de isolatiekamer instapt. Voor de komende zes weken zijn kamer, zijn ruimte. Voor de stamceltransplantatie.
‘Je zit letterlijk in een bubbel waar je als een knikker heen en weer wordt geschud. Het is er allemaal. Tegelijk. Het lijkt of je in het oog van de storm zit. In het middelpunt van die tornado is het stil. En je kunt er niet uit. Je moet er doorheen om er in te komen en je moet er doorheen om er uit te komen. Alles om je heen is in beweging en je kunt er niet voor kiezen om in het oog te blijven.’
Het is een verblijven in die tussenruimte zodat je er straks weer uit kunt.
‘Je kunt als je daar ligt, ook niet denken aan later. Er is alleen nu. Focus. Aandacht. Alle energie zit daarop. Je hebt geen keuze. Je ondergaat. Je lijf vecht, moet zich aanpassen, is aan het overleven. Hier zit alle energie. Er is verder niets.’
De transplantatie is inmiddels zeven maanden geleden en hij is zich weer aan het verbinden met de wereld om zich heen, met het leven en met het herstel.
Er ontstaat ook een behoefte om te delen. Recht vanuit zijn hart. Het leven delen. Hoop delen. Liefde delen. De gedichten delen die geschreven lijken te zijn voor iedere situatie waar hij doorheen is gegaan, voelt meteen als een heel vanzelfsprekende stap. Hij besluit 100 exemplaren van de gedichtenbundel Tussenruimte te schenken aan de vrijwilligersorganisatie PATIO in het Erasmus MC. Om uit te delen aan de patiënten die hier ook doorheen moeten gaan. Een gift als opsteker, hoop of troost. Als steun. Namens iemand die daar ook is geweest. Weet wat het is. En er uit is gekomen.
Als bedankje gaat er ook een aantal naar het verplegend personeel. Omdat zorg ervoor zorgt dat je dit kunt ondergaan.
‘PATIO: Wat een mooi boek! Mijn collega’s hebben er doorheen gebladerd en zij zijn ook enthousiast. Graag wil zowel de beeldende therapeute als de muziektherapeute een exemplaar op de kar meenemen om eventueel in te zetten of uit te delen aan patiënten. En ook een exemplaar op de kar van de vrijwilligers die de patiënten langsgaan. En volgens mij hebben wij het er ook over gehad om een exemplaar in de wachtruimte te plaatsen op diverse poli’s?’
Inmiddels wordt ‘Tussenruimte’ ook ingezet door de beeldende therapeute en de muziektherapeute van PATIO. En zo beweegt Tussenruimte zich op haar eigen manier. Aanrakend daar waar aanraking het meest nodig is.
❤️
het is de stilte
die draagt
het is de stilte
die vraagt
het is de stilte
die spreekt
het is de stilte
die zwijgt
in alle talen
behalve de taal
van het hart
❤️
in de stilte van de chaos
ontmoet ik jou
je hebt stormen getrotseerd
de wind aan je haren laten trekken
het zoute zeewater
met jouw zilte tranen
aangevuld
je daarna in volledig zwijgen gehuld
om zo jouw verhaal
toe te voegen
aan een zee van her-inneringen
die de kenmerken
van al je ontberingen
laten vervagen
en oplossen
in de golven
die door de wind gedreven
de vormen aannemen
die nodig zijn
om de kracht
van jouw innerlijke macht
te ontketenen
haar de ruimte te geven
de eenheid te beleven
zij is pure liefde
zij is pure kracht
er is geen einde
er is geen begin
je zit er midden in
❤️ echte verhalen uit de tussenruimte ❤️